g 3 r t

Gedichten

Een bescheiden, groeiende verzameling. Op sommige ben ik trots, anderen blijven als herinneringen aan mijn reis als Mens.

Klik op een titel om het gedicht open te vouwen.

Homo Cavus

Kijk ze daar, de mensen - naast elkaar wanhopig, zonder enig besef, bekommernis Alleen - knijpen ze zich de strot af opdat hun lach hoorbaar mag zijn

Blind starend naar de anderen - broodnodig Smachtend gezien te worden, vergeten dat ze zichzelf achter slot en grendel te kijk hebben gezet - splinter en balk

Oneindig diep likken ze gretig elke plas Waarheid de leugen aan het oppervlak besmeurd, vol aannames en oordelen Zo hoort men te zijn, te zien - ontkenning

Gemakkelijk, meer is onnodig - te veel Overleven - de wereld wil steeds meer dus zijn we almaar minder maar blij in onze leegte vol belang - en behang

Doel na doel behaald, maar niets bereikt Steeds armer - wat voelen we ons toch rijk Meten ons aan schimmen, bestaand uit woorden Rijkelijk beschreven, armtierig gevuld - Niets

We blaten onszelf naar de slachtbank tevreden met wat er over blijft ons klankloos lied van vooruitgang Van God en Ziel verlaten, van onszelf vervuld

Plichtsbewust vervullen we onze leegte Amputeren gevoelens - hinderlijk kinderlijk We laten niemand achter; enkel ons Zelf Daar zit niemand op te wachten, toch?

Perspectief

Ik bouw een prachtig kasteel, voor jou Met zuilen, prieeltjes en torens die uitkijken Op de tuin, met zwanenvijver en de zon die voor ons ondergaat Liederlijk lieflijk - samen - ons paleis

Er komt een grote inkom met dubbele trap - kan je kiezen De vleugelpiano speelt de sonates, voor jou gecomponeerd En een balzaal waar we dansen en zwieren zullen op ons levenslied Lustig en vol van elkaar - puur & genieten

Vol met grote kamers vol licht en spiegels, waarin we elkaar graag zien En ook kleinere, sommige donker - andere in alle kleuren van de regenboog Badkamers met de fijnste geuren en alles wat je maar wensen kan Hier en daar een hemelbed bedekt met het zachtste zijde, om tot rust te komen

Ik zie ons al staan; sappige vruchten plukkend uit de boomgaard Lachend kijken naar de capriolen van enkele soepele springkonijntjes Onze kroost zal mee genieten van 't grootste bouwwerk ter aard Wij, apart sterk - samen onverwoestbaar - ongenaakbaar

De Wereld kan woeden en zieden, het kan ons hier niet raken Elk greintje kracht, energie en kennis stop ik erin - uit liefde Niets is teveel, want jij en wij zijn het waard - verdiend Ik kijk er al naar uit om jou te verwelkomen en rond te leiden

We hoeven niets te verwachten - paradijzen vragen dat niet Ik zie je, bevend in anticipatie - prachtig en de mijne Een kus, een knuffel - welkom; ik zwier trots mijn arm - aanschouw Wanneer ik merk dat je los op mijn zandkasteel staat

Rune

Een aarz'lend lied bij ochtendgloren papa 's gitaar zingt voor mij Valse noten kan ik niet horen papa zingt zijn liefde erbij

Verder gaat het hoopvol lied mama's hartje klopt voor mij 'k zing stilletjes, men hoort mij niet maar ik droom om luid te zingen mama en papa en ikke is wij

Een droom raakt zachtjes deze wereld en laat een wonder na

Tranen van bezorgdheid maar ook van geluk tussen liefde, hoop, zorg en verdriet vecht ik voor een toekomst in papa's levenslied

Woorden gefluisterd aan mijn bed Mama hoopt en steunt m'n voetjes en hoofdje M'n kleine teentjes, en ergens klinkt papa's gitaar en zijn lieve lied

ik zing mee en tracht te leven ik doe m'n uiterste best met alles dat ze me hebben proberen geven ik moet enkel maar leven, zij doen de rest

De laatste adem kwam te snel om mijn ouders lied te versterken maar ik kon echt niet meer anders deed ik het wel

Nu moeten zij het verdriet verwerken ik krijg wel mijn plaats in hun bestaan Zij moeten nu voor mij verdergaan Een ding moeten ze mij beloven:

ze mogen niet ophouden te geloven dat ze geluk en schoonheid ook nog elders zullen vinden en dat elke klank van mama's liefde en mijn papa's lied mijn hartje zullen vinden en aan het hunne binden

Ik zal het mooiste straaltje licht bij zonsondergang zijn, De zachtste ritseling van de wind in het woud Ik zal het fonkelendste sterretje zijn maar vooral het kind waar je van houdt.

Slaap zacht

Vanaf het eerste kloppen van je hart kon je haar voelen, warm beschermend en veilig mama Je werd groter en leerde horen een warm zorgend hart klopte voor jou en woorden van liefde uit de verte mama en papa verwarmen het nest en plannen mijn warme welkomst wandelen en schatten zoeken, samen naar zee verhaaltjes vertellen, samen tekenfilms kijken op teevee Je groeit en leeft met ons mee.

De geboorte komt nader, de verwachting groeit Donkere wolken van zorgen maar niets dat ons vermoeit Geloof en hoop in je toekomst houden ons recht. We steunen je aan de rand van je bed, moedigen je aan, bewonderen je en we weten dat je het voelt. mama en papa houden van mij Je vocht zo hard, maar kon het niet meer, je kon het niet zeggen maar wij weten evenzeer mama en papa, ik houd evenveel van jullie. Je groeit nu niet meer, maar je leeft altijd met ons mee.

Slaap zacht, klein, lief kindje.

Stapsteen

Ik zie een steen waar ik op kan stappen Zoals een van de vele stenen achter mij De steen waar ik nu op sta is vol met alleen maar mij, ik pas er nog net op

Jouw steen staat ergens anders, verder weg Ik kan hem nog net zien; ik pas er niet op Tussen de stenen enkel leegte, oneindig vallen Ten onder gaan om dichter bij te komen

Ooit stond mijn steen nog op de jouwe Of was het andersom, ik weet het niet meer zo goed We stonden samen; kenden en voelden elkaar Stelden elkaar liefdevol teleur

We losten elkaar uit vermeend respect Kozen elk een andere steen Daarna nog een, en weer een andere Stenen misplaatst uit welgemeend begrip

Aarzelend strek ik mijn been, moet Nu eenmaal voort; tegen mijn wil Wil niet meer alleen, maar het is mijn steen Misschien als ik mij heel klein maak

Of heel licht dan kan ik zweven Of sterk dan kan ik ver springen Of springzweef jij naar mij dan Hopelijk stoten we elkaar niet om En gaan we liefdevol ten onder

Pijn

Waarom doet het nog zo'n pijn? alles was je: sterk, moedig een vechter, o zo klein kon ik maar meer jou zijn

nachten rillend wakker worden kippevel glazige ogen een knoop in de maag herinneringen aan jou mijn sterretje, mijn vlinder zoveel liefde zoveel pijn dingen in mij die niet te rijmen zijn

ik wil je niet vergeten maar 't verscheurt me Het leven gaat verder nieuw Leven brengt Vreugde mijn Liefde schijnt Oeverloos Niet rimpelloos ook in liefde kan een mens verdrinken

de pijn blijft, zuchtend van onbegrip zoekend naar woorden 't ergst van al is dat ik niet aan je denken kan zonder tranen in de ogen een leeg gevoel in mijn hart

de pijn blijft, de liefde ook samengeklad in een grotesk kunstwerk mijn leven zonder jou

De pijn blijft Ik zou ze niet willen missen Omdat ik zonder aan jou niet denken kan

Gevormd en vertekend met dank voor je zijn ik probeer weer te groeien rondom mijn kern van pijn

papa

Eerste Kus

Voor een spiegel nooit gedroomd dat ik zo knap was als jij me hebt getoond in het gras van mei Kijk, ogen, zei je en ik keek en zag je ogen kijken tot voorbij mijn twijfelen, tot om de duistere hoekjes van mijn dromen en duizelen Kijk, lippen, zei ik en ik sloot mijn ogen. Hoe zacht onze lippen zoentjes wisselden alsof het niet voor het eerst was. Nu zeg je niks. Kijk, kijk, je handen gingen niet frunikken onder mijn bloes of in mijn broek, maar streelden mij vol vraagtekens. Dus drukte ik me fijn, ja zo heel klein, ja, tegen je knappe beven

Wij, De Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Lege Trein

Adem - diep in - langzaam uit Diep - alles wat nog rest Langzaam - meer zit er niet in Alles - bodem loos Meer - leeg maar overvol Bodem - stuk brekend naar dieper Leeg - ruimte om te vullen Stuk - mag niet zijn Ruimte - zijn is niet genoeg Mag - moet is sterker Zijn - graag gezien Moet - leven en geven Graag - rust en kalmte Leven - trein rijdt alsmaar voort

Hij

Mijn vader, een schepsel van van wie van ons onze wil maakt hem Hij onuitgesproken liefde doorklieft de lucht maar het verdriet klinkt door in de stilte die er niet is de schoonheid van het leven de walging voor de maatschappij maken mij Ik Die harde stille berusting maakt hem Hij

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Bitter

Ik voel, almaar meer, altijd slechter Alleen, getolereerd - zonder meerwaarde Terug beschut, vaak verstopt - nimmer hier Pijn vanuit mijzelf, pijn overal rondom Te veel, te hard - zonder grip; overdreven

Zonder grenzen leef ik, voel ik - wreed Voor mijzelf maar ook voor anderen Steeds dichterbij, steeds teleur Stel dat ik - eerlijk ben; voor echt Anders - nooit genoeg; alsof wordt waar

Zever, gezever - gewoon een laagje meer Smeer op de werkelijkheid; glad; kleverig Brandend op de krassen - mijn kern; ziel zelfs Lager na laag - loslaten; aanvaarden Ik ben die ander, anders - zonder meer

Maar niet voor jou, jullie - onziend Niet ontzien - voldoende als het maar Binnen blijft; pijnschuw zoals ieder Toekomst mijn kristallen bol - puur Pekzwart, diepte verborgen of onbestaand

Het is maar smaak, of ongesmaakt Genoeg geproefd; end of the line Verdict; verdikt, laagjes - ver weg Scheurtjes dichtgepapt met waarheid Van anderen - van velen; niet mezelf

Over smaken twist men niet Mijn smaak doet er niet toe Jammer maar bitter

Verstomd

zie ze gapen open monden nietsziende blik en ik brul schreeuw krijs gil om dat wat ik niet krijgen zal om dat wat iedereen heeft, niet wil en als witte konijnen alleen in de val van ongevoeligheid maar ik zal ik zal rustig sterven aan verhongering van liefde

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Wit Haar

Een wit haar van jou kort lang lang geweest was je Het witte haar nestelt zich en verdwijnt weer in mijn dons warm stekelig dodelijk stekelig niet langer stekelig niet langer dood Een haar, wit van mij

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Vader, Papa

Jouw wereld was klein, de plichten groot Voorzien voor vrouw, kind en familie Niet ontzien door pech of tegenslag Gesterkt in geloof, gebakerd in moraal Waarden die je jezelf, maar ook mij oplegde Ook al begreep ik niet altijd waarom

Het leven maakte het je niet gemakkelijk En jouw rebelse zoon hielp daar niet altijd bij Werklust en levenslust deelde je vrij Ik geraakte God al snel kwijt, maar jou mocht ik houden Je liet me los zodat ik mijn eigen weg kon zoeken Altijd daar met een luisterend oor, mijn constante

Rauwe ziektes en vergif vraten stukken van je weg Maar hielden je niet tegen toch die sterke man te zijn Voor mama, en stiekem ook voor mij En vreugde te brengen, flauw mopje hier, grapje ginder Zorgen slikte je weg en schreed weer verder voor God, maar ook voor ons allen

Ik op mijn eigen benen, in mijn grote wereld Jij de rots en zekerheid die er altijd was Nu fluister je enkel en staart voor je uit Nietsziend kijkend naar mij om voor jou te zorgen? Ik moest het je beloven en plicht is alles Nu wankel op mijn benen, want jij bent ver weg

We begrepen elkaar niet altijd even goed Want we woonden niet in elkaars wereld Maar deelden liefde en respect, ieders zijn taal Ik draag je in mijn gebroken hart, hoop dat je terugkomt Voel me klein en een beetje verloren, zonder jou Maar je kan op me rekenen, want dat heb ik van jou geleerd

Ondenkbaar Dankbaar

'Bompa', 'onze Pa' verdient Hoofdletters Je was niet Perfect of Alwetend Je geloofde in God en Vergiffenis Je erkende je Fouten waaruit je Leerde niet alleen aan Jezelf, maar ook Ons veel tegenspoed bracht meer Kwinkslag je had niet alle Antwoorden, steeds goede Raad Nooit ongevraagd, altijd Welgemeend ieder in jouw wereld kon Rekenen op jouw oprechte Hulp en Stille Steun

Jouw einde was niet heroïsch maar Jij wel Heldhaftig Je droeg alle Pijn en Last, gelaten in Stilte Je enige Bekommernis onze Smart Toekomst van jouw Vrouw, Zoon en Kleindochter

de Leegte van jouw gaan lijkt nu nog groter dan de Zekerheid van jouw warme Zijn We gaven het geen Woorden of Gebaren maar wisten echte Liefde voor elkaar het Afscheid ligt me zwaar maar ik hoop dat je weet dat het Gat dat in ons achterblijft gevuld zal raken met Wie en Hoe je was Miskende Held, Rots - Oneindig Moedig Altijd Voort, Altijd Beter en Altijd bij Ons

ik geloof niet in het Hiernamaals, maar hoop dat ik nog 's fout mag zijn hoe dan ook neem ik jouw Bestaan Altijd mee tot ik zelf de Waarheid ontdekken mag Ondenkbaar Dankbaar dat jij Jij was

Ikke

Berg

Dichte wolken trekken langzaam doorheen de bergen Werpen ondoordringbare schaduw over mijn duistere dalen Scherpe pieken snijden kil de zwoele lucht Flarden van mijn zijn weerkaatsen fluitend rondom Sneeuw en ijs koelen glinsterend als tranen de verweerde rots Uitgestrekt en droef in oneindige pracht

Monsters vrij spel in het overtrokken dal Vertrappen en verscheuren wat daar jaren leefde Verwoed trachten en smachten, klimmend naar het licht Waar de wereld op zoek lijkt naar wie ik ooit was Maar een berg kan zichzelf kennen noch vinden Statig, onveranderd; schakeert enkel door 't schaduwspel

Stroken steen, oud en nieuw, gelaagd of gebrokkeld Wind en zon beuken er op los, maar raken niet de wolken Bedekkend wat eens was en weer worden moet Leven en vreugde in de dalen badend in licht en lucht Maar een berg kan niets vrezen noch wensen Aanvaardt het wiel des tijds zonder verzuchten of hoop

Afscheid

Stil nu, in ons midden Waar jij net was Nog steeds wilde zijn Wij hoopten met jou

Koud nu, rondom ons Jouw warmte plots weg Een nabije herinnering Rillend missen we je

Wankel nu, weg steun Jij voor ons En wij voor jou Staan; straks verder gaan

Pijn nu, niet meer voor jou Zo sterk je was, en stoer Met de ziekte leefde Die jou uit ons wegvrat

Blind nu, tranen troebel Zorg om wat komen zal Jouw fakkel overnemen Zijn licht doen schijnen

Alleen nu, beetje kwijt Enkel nog 't ultiem afscheid Ga met ons mee, nog even in de dood, eind van jouw leven

Praten met mijzelf

Zittend op een bankje, tevreden kijkend naar de drukte Allemaal mensen in het park die nergens zijn moeten Ik babbel gezellig met mijn buur; dat ben ik Nooit een nieuwe mening maar altijd eensgezind Wel een beetje zielig - en eenzaam...

We zaten hier vroeger nog met drie, misschien vier ik weet het nog alsof het gisteren was Jij aan de ene kant, ik aan mijn kant en tussen ons in het gespuis dat ons bindt zelden conflict maar nooit echt samen

Dat hoort zo, fluisterden ze; goed bezig Leef de droom, je kan alles krijgen wat je maar wilt Doe zo voort en alsjeblief hou je gevoelens voor jezelf De grijze massa fezelde zijn goedkeuring in het voorbijgaan We keken naar elkaar en lachten echte liefde in ons midden

De bank werd breder, nu groot verlies in ons midden mompelend begrip, elks een kant maar samen de bank angstig voor het zwarte gat tussen ons zorgend voor en zorgen om het lichtje dat ons verbindt zoekend naar vrijheid binnen onze eigen vervaagde grenzen

De wereld schuifelde goedkeurend voorbij, een langzame race naar niets Het gat werd een pad, een plein, een park - waarin ons leven kon spelen dachten we; terwijl ongemerkt ons verdween tussen banale zorgen van mindere wezens; ook wij werden een grijze brij - onbewust gescheiden van wie we zijn, fantasmen van de wereld rondom

Ik sprak woorden die niemand kon horen over gevoelens waar niemand op wachtte vervelend, ongewenst maar alsmaar sterker, dieper en pijnlijker niet langer over ons verlies, maar het mijne verscheurd door doelen die er niet langer toe deden tijdloos gejaagd naar een eenzaam einde zonder liefde

Dan maar terug op de bank, vrolijk babbelend over wat zijn moet vals maar toch gewenst dat het weer kan keren koud maar verbrandend binnenin, over gevoelens die niemand raken praten, klagen, huilen met mijzelf om wat had geweest kunnen zijn, terug kan worden misschien

Zoekend naar die ander op de bank, samen genietend van het gezellige gekwetter van vogels, dieren en mensenwezens; in ons park met spelend kind en de wereld gaf er niets om, stroomde voort rond ons, met ons naar helemaal nergens, daar geeft niemand om als het maar samen kan en niet met die ander; dat ben ik pratend met mijzelf

OnGenoeg

Welkom in de leegte; het is hier niet zo druk Eindeloos strek ik mij uit; je vindt mij nergens Hoewel ik alles ben, het overal in het niets Samengeperst door de druk om meer te zijn Maar het en ik hebben zin noch fut; mag er nog een beetje vrede zijn even gewoon mijzelf, geliefd - of niet

Jullie willen toeters en bellen, trompetgeschal en groot geschut Ik, graag een thuis waar ik veilig en mezelf kan zijn Niets dat hoeft wel alles dat mag, geborgen en zonder oordeel Waar ik gerust ook leeg, droef en grijs kan zijn - genoeg Overspoeld door liefde, begrip en kleurtjes overal - rond mijn trieste lied; Misschien dringt het binnen en kom ik straks terug buiten spelen, als je dat wilt

Mijn dikke huid is verteerd door verwachtingen Mijn leven stroomt binnen de oevers van moet en hoeft Naar binnen gekeerd, op zoek naar mijn blij zijn Het ligt niet meer waar ik het laatst nog vond Maar dringend aan het onthaal gevraagd

Weg is het pad dat ik zal wandelen om littekens te vormen Geen benul waarheen, gewoon verder volstaat Niet voor ieder is de lach nu verdroten Mijn maalstroom verzwelgt ons lief samenzijn

Ik ben bang om nog meer te verliezen Van mezelf, nog meer van jullie Nodeloos begrip noopt tot tijdig beterschap

Ik leef; voelt soms goed - zeker niet omdat het moet Mijn ziel huilt omdat ik niet kan geven wat mijn Wereld verlangt

Ik vrees de dag dat de Dood geen zwart meer draagt - vredig genoeg

Eenzaam

Eenzaam sta ik hier dan alleen op een verschroeide aarde maar niet alleen! met mezelf! en toch zo alleen geen vrienden geen begrip waarom niet? DAAROM waarom niet? daarom omdat ik... ik ben alleen, eenzaam in stilte liefdeloos, vol liefde, onbemind sta ik hier met mezelf tussen de leegte Eenzaam

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Karnaval van het leven

Ik verlies, kijk vooruit lege ogen in mijn lachende snuit altijd voort, nek in de strop mijn maskers, valse lach erop

niet klagend, eeuwig voort stukje van mijn ziel vermoord kleine dingen moeten groot zodat 't grote mij niet verdroot

Wind waait voort en 't gaat vooruit Eerst de troms en dan de fluit Praal en glorie hand in hand Prins karnaval is weer in 't land

Ik trek voort laat jou alleen in 't karnaval van leven vol geween Op eigen kracht vol van jou Jammerlijke herinnering o zo grauw

De stoet van het leven trekt voorbij moeder, waarom leven wij

en jij niet

Papa

Bestaan

Het bestaan overmeestert mijn gedachten Brengt ze behoedzaam tot leven Op slinkse wijze gedwongen te denken Om iets te zijn Terwijl ik ijle bellen van bestaan uitblaas Lucht, nevel van begeerte In de spiegel bleek als een dode

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Groots

Hij was groots; dat was gewoon zo - hij kon er niet aan doen Op alle vlakken; sterk eerlijk betrouwbaar charismatisch - crème van een vent Wist veel, toch bescheiden; op de achtergrond, tenzij een kritische mening gevraagd werd Scherp, tactisch maar meelevend en zacht - veilig; onbegrepen en eeuwig eenzaam - geliefd

Waardevol voor ieder die zich er graag aan vergreep Gemakkelijk en gemeende hulp - geboden vanuit het hart Niemand zag hoe zijn hart gesloten bleef, ogen gesluierd Onbegrip weerspiegeld in verslikte tranen. Hij is er voor hen, zo groots

Waardeloos voor hemzelf, grijze schimmen rondom Niet een die hem ziet, voelt waar hij leegbloedt - weet waarom Gedoemd te leven voor anderen, anderman's lach te bezielen - graag Dankbaar - het is nooit voor niks; de tijd verslijt alle goede redenen

Maar hij was wel, ook voor hemzelf - misschien niet genoeg Toch wel veel, voor iedereen; beetje te voor sommigen, voor hemzelf niet altijd Genoeg; hij vroeg slechts weinig, meestal toch te veel - of te moeilijk... of Niet Echt Tevreden in de wetenschap dat mensen die hem niet kennen, hem voldoende waardevol achten voor hun tijd In zijn tijd, weergaloos en groots aanwezig maar toch verborgen in de plooien van verachtelijk conformisme

Woordjes

We hebben er genoeg van Ook aan letters geen gebrek 't is al wat ik geven kan een gemeend maar zinloos gesprek

Gevoelens We hebben er te veel van Ze lopen uit kieren spleten en gaten Ze hollen ons langzaam maar zeker uit maar willen ons niet met rust laten

Gedachten Ons hoofd loopt ervan over Waar gaat dit weer naartoe Van briljant tot uitermate pover Ze maken ons alleen maar moe

Hoop Is wat we krijgen Of toch wat ieder ons beloofd Een mooie toekomst aaneen rijgen Ik heb nooit in een lege huls geloofd

Moed Is wat we willen Maar jammerlijk nergens te koop niet in drank, drugs of pillen De enige bron hiervan is hoop

Sterkte dit hebben we van jou geleerd, Niet opgeven, vechtend om te leven met als enige echte reden een beetje van onze liefde terug te geven

Woordjes Zal ik dan maar geven met je verjaardag en elke andere dag Woordjes omdat ik niets anders geven mag Woordjes Vanuit de diepte van mijn hart Woordjes over de echte kleur van smart

Woordjes en een belofte We geven niet op, denkend aan jou

Zondergloren

Je bent een gat in mijn hart Het ontbreken in mijn ziel Met liefde konden we jou niet winnen Geen wens, gebed, geen rede Smacht kracht noch macht We hebben samen gestreden en verloren en wonnen en verloren Je zucht nu in het zondergloren

Donker doch vastberaden voort woei die wind Nimmer verloren immer lief Altijd bekerend harte dief Overal stilletjes doorheen fladdert Schoonheid, vreugde, blij! Je bent een gat in mijn hart Je woont nu in het zondergloren

Hoop en wanhoop zijn nabij Misschien toch een wonder na mij De vlinder raakt een kikker aan Kille wind drijft de angst weg! hiervandaan Een wondertje nadert, het kan. echt denk ik Je bent een gat in mijn hart mijn hart dat is gegroeid door jou Je lacht vanuit het zondergloren

Alleen in het Park

Op een zonnige zondagmiddag zat ik van de zonnige zondagzwoelte te genieten op een bank in het park. Mensen wandelden voorbij. Een enkel persoon durfde al eens de fiets te prefereren, hoewel dit ten strengste verboden is op zonnig zondagnamiddagen, evenals op andere dagen van de week, onaangeroerd gelaten of het al dan niet zonnig is. Maar dus op die bewuste zondagnamiddag, met die fietser die niet mocht fietsen, zat ik op bovenvermelde bank en keek. Ik kon zien, want de zon scheen en straalde naast warmte ook nog een weinig licht uit. Ik keek en ik zag. Ik zag vele dingen. Eendjes, gevoederd door even hongerige kinderen; verboden fietsers; een parkwachter’s stemgeluid achter de fietsen (verboden in het park); gelukkig veinzende koppels; minder gelukkig veinzende koppels; baby’s, aan het wandelen met hun ouders. Om mijn gezichtsveld te verruimen zag ik mij genoodzaakt mijn hoofd een weinig te draaien. Langzaam begon de zetel van menselijke intelligentie - hoewel men kan betwisten of deze intelligentie wel bestaat, en zo die bestaat, dat die in een zetel zit - dat zich op mijn schouders bevond een roterende beweging te maken rond de lengte-as, welke dan het spinum zou zijn (nog steeds vooropgesteld dat die zetel bestaat). Toen deze beweging ongeveer al een 53° gevorderd was naar de rechterkant, was er iets dat mijn onmiddellijke aandacht en onverdeelde bewondering eiste. Ik zat naast een Mens!

Hoogst verrukt over deze toch wel ietwat vreemde ervaring begon ik een strijdplan uit te werken hoe ik, in mijn Leegte van bestaan, deze Mens kon benaderen, in zijn Leegte van bestaan. Ik kón hem strikken door een loze frase, iets in de richting van ‘Hoe laat is het?’. Evengoed kon ik een aanknopingspunt voor een gesprek creëren door mijn pen te laten vallen en mij uitgebreid te verontschuldigen tegenover het bewuste wezen naast mij. Terwijl deze strategieën door mijn hoofd zwerfden, had mijn denkorgaan - wederom verondersteld dat zulks bestaat - al een volledig eigen besluit genomen. Ik vroeg de Mens of hij eenzaam was. Het object van mijn bewondering antwoordde enkel dat hij een Mens was. Het was dus een Denkende Mens. Uiteraard was het subject eenzaam. Hij was Mens. Ik legde mijn arm rond het Menswezen, een warm en even leeg gebaar. De Mens nestelde zich naast mij. We zaten daar nog enkele uren, samen Mens te zijn, en de zon zakte achter de kim. Af en toe keken we naar elkaar. We zwegen. We waren samen Leeg en het was er warm.

De stem van een parkwachter, die frappant leek op de stem die de verboden fietsers achternazat, meldde ons op enigszins verveelde wijze dat we het park moesten verlaten, dat de poort op slot moest. Ik ben opgestaan en naar links gewandeld. Het Wezen waarmee ik mijn leegte had gedeeld wandelde naar rechts.

Wij waren Mens, Leeg en Gelukkig.

DIXI — Wij, De Mens

Het handgeschreven origineel van dit prozastuk
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Proza (1997)

Een tijdlang geleden in een ver ver land scheen de zon voor de eerste maal over de blonde kruin van onze jonge held. Kirrend van plezier spoog hij zijn verse fopspeen uit en jubelde een gloriekreet - want jubelen kon hij reeds - die zijn ouders onmiddellijk met het linkerbeen uit bed zette (of dat het juiste - of verkeerde been is - is een zaak van tovenaars. Zij namen de kleine ter arm en lachten hem beminnend toe. Duidelijk dus toch het juiste been. Het lachen van zijn ouders leek de kleine superheld te bevallen en hij wist de nodige coördinatie op te brengen om zijn kleine grote teen recht in het oog van pappie te mikken. Reeds een tweede maal jubelde het schattig mormeltje. Mamma lachte ook, papa minder. Om zijn mama te plezieren spande hij zijn buikspieren en neep zuchtend van inspanning zijn luier vol. Mama vol toewijding, papa vol walging gingen de strijd aan met het stevig spartelende onderstel van onze adonis. Na een hevig gevecht, waarbij onze superheld, zijn geschut gebruikend, een derde maal moest jubelen toen een reusachtige straal sterk geurende urine vlak in het gezicht van mammielief terechtkwam, werd de strijd beslecht in het voordeel van de ouders. Maar onze held was nog slechts jong en hij voelde een zweem van trots in zijn borstje wellen toen hij bedacht dat hij het er nog niet zo slecht had afgebracht tegen zulke grote en wrede wezens.

Het handgeschreven origineel van dit prozastuk, 1997
Het handgeschreven origineel (1997) — klik om te vergroten
Kerk

Rimpels staren wijdopen apathisch voorwaarts naar versleten Kerkelijke macht tussen het verval van vervloekte godsdienst. Kwijl spoelt de nerven van de oorsprong der Kerk brave jaknikkers vlijen hun brede achtersten op vermolmde stoelen en biechten hun zielige zonden aan een god zodat ze weer een last minder torsen op hun tengere schoudertjes

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Woord

Woorden, gemaakt door de mens en voor de mens Om zin, betekenis over te brengen en samen meer te zijn Op zichzelf leeg, tot iemand er een boodschap inlegt Een gevoel, hoop of doel - in een bedje van woorden Klinkt heel mooi allemaal, soms ook niet - essentieel

Neem vlug afscheid van jouw woorden, ze waren je dierbaar Ieders Wereld Waarheid vult ze vanuit verschillend perspectief Woorden verraders, aanstokers van ruzies - ander universum Verschuift, verleidt en verraadt; eindeloos zonder motor Ingevuld, anders - waarde ongekend; intentieloos pretentieloos

Misgeschoten is nog altijd mis, terug waardeloos Maar hoopvol ooit meer te betekenen dan voorheen Invulling begrepen maakt de mens verrijkt - woorden worden plots minder en weer meer - jammerlijk Nooit genoeg, altijd voldoende - gegrepen in woorden

Kunstig, melig, magisch - soms meer, vaak minder Steeds anders, op hun eigen pad; vrij en onbezeten Doelloos maar niet zonder bedoeling, verder naar nergens Waar woorden sterven, vergeten - opzettelijk - of niet Hun betekenis verliezen om terug almeer leger te zijn

Woorden, essentieel maar waardeloos, terug naar hoop Een sterk woord, maar toch eenzaam op zichzelf Context hangt er al snel rond, geeft de nodige warmte Sfeer, de kers op de taart; nooit gegeven, altijd gekregen Wees wijs want woorden willen waanzin weergaloos weergeven

Vergeten, gemeden en miskend; mijn woorden Zijn hier nog, vragen nog steeds naar almaar meer Onbegrepen maar niet betekenisloos - grijpend graaiend Naar die andere hoek, andere belichting - waardevol minvol Lief lachend leiden levenslust lege lijst lost lastig laatst

Muziek

Alles is afgerond Overal is bestaan Dicht en zwaar en week Voorbij al die weekheid Onbreekbaar Heel dichtbij en helaas Zo ver weg Jong, meedogenloos en onaantastbaar De duidelijkheid van muziek

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Daar

Daar ligt een man hij is dood zie je hoe gelukkig hij is niet langer pompt zijn saaie bloed door blauwe aderen niet langer wordt hij gedwongen te ademen niet langer mag hij niet langer denken Zie hem gelukkig zijn eindelijk hij is dood eindelijk mag hij rustig niet zijn

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Lieftallig

Bruin waren ze, of was ze duidelijk dodelijk is ze alletwee lieftallig verkracht ze alles wat is, zal zijn, maar niet gekomen zal zijn lieftallig laat ze zich alleen ver verkrachten door onbegrip liefde niets niets    is haar onbekend is ze niet langer lieftallig is ze nu eens dan weer niet, doch lief en tallig is ze soms niet en wel tesamen tot ze onwetend, lieftallig onwetend WELISWAAR lieftallig alleen overblijft alleen lieftallig dood allen lieftallig alleen lieftallig alleen

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Mij

Een jongen, bijna mens struint rond in een wereld en kijkt rond in de wereld witte sterren blauwe maan WAAROM? daarom! ontdekking van leven leven zijn leven svuur groene stroom krakende bij w i n d raast harder krekels in de wei DAAROM! daarom ALLES daarom rondom zijn wereld ziet hij een vraag hoort hij ze VOELT hij ze geen antwoord en toch al beantwoord IN Wat doe IK hier? Mijn wereld rondom zij __________

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Waarom

Elke gedachte aan jou nabijheid vervreugt verleid vervaagt elke blik die ik me herinner moet worden vervangen door nieuw elk woord moet worden opgeslagen in eenzaamheid elke aanraking mag niet worden geblust maar waarom kan jij dit niet voelen in eenzaamheid, samen ineens ineen WAAROM

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
De wereld

kreupel hout van lege bamboestengels rood wenend naar een ondergaande zon en verliefd op het licht vallen ze neer op de barre eenzaamheid getekend door de laatste losse pentrekken van een dode straal

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Niets Alles

Jij vraagt niets wil alles kan niets doet veel Ik ben niets maar wil alles zijn en nog veel meer voor jou

Wij, de Mens

Het handgeschreven origineel van dit gedicht
Het handgeschreven origineel — klik om te vergroten
Noodles

Losse gedachten, verspreid over het blad — beweeg over een stukje (of tik erop) om het op te rapen.

Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht Handgeschreven gedicht

Alle gedichten op deze pagina zijn © 2026 Gert Nelen. Alle rechten voorbehouden — gelieve ze niet te herpubliceren of hergebruiken zonder toestemming.

© 2026 Gert Nelen · Alle rechten voorbehouden.